1.ALGEMENE PRESENTATIE
| 1.1. Beschrijving van het Thermopile© systeem |
Top | Thermopile© is een duurzame en innovatieve methode van thermische desorptie, ontwikkeld en wereldwijd gepatenteerd door Deep Green (ref: EP04447142.3) De werking berust, als bij elke klassieke thermische desorptie techniek, op het verhitten van de verontreinigde materialen tot een zodanig hoge temperatuur, dat de organische verontreinigingen vergassen. Deze vuile gassen worden vervolgens in een speciale verbrandingskamer geleid en geoxideerd tot CO2 en H2O. Thermopile© vormt een nieuwe generatie van thermische technologie, dankzij de twee fundamentele principes waarop Thermopile© is gebaseerd:
|
Het systeem bestaat uit co-axiale buizen, die direct verticaal in de vervuilde grond (of ander materiaal) worden ingebracht. Dit netwerk van buizen is verbonden aan de verbrandingskamer en de hete gassen circuleren door de buizen, waardoor geleidelijk de grond rondom wordt opgewarmd tot een niveau van 250 – 400 °C, waardoor desorptie van de verontreinigingen plaats vindt. NB: de hete lucht wordt niet in de grond ingebracht, maar de overdracht van warmte vindt plaats door conductie. De vervuilde gassen in de grond worden vervolgens aangetrokken door de buitenste buis, die geperforeerd is met kleine gaatjes (venturi effect). In de verbrandingskamer vindt vervolgens oxidatie en destructie plaats. Daarna gaan de gereinigde gassen terug het circuit in en dragen bij aan de verwarming van de grond. Het systeem vormt zo een vrijwel gesloten loop. De gassen worden na afkoeling en zo nodig na behandeling in een secundaire unit (bijv met een actiefkool filter), uitgestoten in de atmosfeer, onder voortdurende monitoring. Dit systeem is met name efficient in het gebruik van brandstof, dankzij het hergebruik van de hete gassen in het circuit en het gebruik van de verontreinigingen in de grond als brandstof. Bovendien is Thermopile© gemakkelijk te installeren. Aangezien de grond door middel van conductie wordt verwarmd is diepgaande reiniging mogelijk. Anders dan bij injectie van hete lucht is er geen afhankelijkheid van preferentiele paden in de grond en wordt in alle grondsoorten een uitstekend resultaat bereikt. En gegarandeerd. Thermopile© is tevens uniek omdat de technologie in-situ kan worden toegepast, dus zonder afgraving, zelfs onder een bestaand gebouw. Uiteraard kan ook met afgegraven grond worden gewerkt, zowel on-site als off-site. |
|||
2. Het Proces |
Top | |||||||||||
2.1. Het reinigen van de grond |
Top | |||||||||||
|
Het reinigings-proces bij toepassing van Thermopile© is gebaseerd op dezelfde principes als bij “klassieke” thermische desorptieen bestaat uit twee fasen:
|
||||||||||||
Deze principes, die van toepassing zijn in alle thermische desorptie processen, zijn in Thermopile© zodanig vorm gegeven, dat zowel gegarandeerd schone grond wordt opgeleverd, als ook gebruik van brandstof en emissie worden geminimaliseerd. Daarbij wordt tevens nauwelijks hinder ondervonden in de omgeving van de verontreinigde lokatie: geen transport, geen stank, geen stof, beperkt geluid. Het Thermopile© proces bestaat uit de plaatsing van een netwerk van verwarmingsbuizen, volgens een vooraf vastgesteld patroon. Deze buizen zijn gemaakt van twee coaxiale stalen pijpen, waarvan de buitenste buis is geperforeerd. Gedurende het verhittingsproces wordt gas (lucht) op hoge temperatuur (700 - 850°C) afkomstig uit de verbrandingskamer door het netwerk gecirculeerd. De buizen geven hun warmte door aan de grond en uiteindelijk vergassen de daarin aanwezige verontreinigingen met een kookpunt lager dan 550°C. Anders dan in de klassieke thermische installatie met een draaitrommeloven, waarin de verblijftijd van de grond 15 – 20 minuten is, duurt de verhitting met het Thermopile© netwerk enkele weken. Echter, omdat aanzienlijk grotere hoeveeleheden grond gelijktijdig worden behandeld, is de potentiele verwerkingscapaciteit op maandbasis vergelijkbaar. De gedesorbeerde verontreinigingen (gassen) migreren vervolgens naar de verticale buizen, dankzij mechanismes van verspreiding en convectie. Door de perforaties in de buitenste buis worden de gassen aangetrokken, als gevolg van de negatieve druk die wordt opgewekt (venturi effect). Eenmaal in de verwarmingselementen worden de vuile gassen naar de verbrandingkamer gevoerd, alwaar ze als brandstof fungeren. De verbrandingskamer is uitgerust met een ontlaadsysteem, teneinde de stoichiometrie in het systeem te handhaven, aangezien de verbrandingskamer ook is uitgerust met een hulpbrander. |
||||||||||||
| 2.1.1. Het verwarmen van de grond | Top | |||||||||||
| Top | ||||||||||||
Het Thermopile© proces kent een “uitzettings-/samentrekkings” cyclus van het gas met externe warmte overdracht (figuur 1). De componenten van deze cyclus zijn:
|
||||||||||||
|
||||||||||||
Bij de uitgang van de verbrandingskamer is de temperatuur ongeveer 850°C met een druk die iets boven de atmosferische druk ligt. Gedurende de circulatie in de verwarimgselementen (die in de grond zitten), verliezen de gassen geleidelijk warmte en verlaagt de druk. Die drukverlaging laat toe dat alle verontreinigde gassen die in de grond zijn ontstaan worden gerecupereerd. (zie figuur). De cyclus wordt besloten met een teruggang naar de verbrandingskamer. De grond zelf wordt verhit door conductie (geleiding). Deze vorm van warmteoverdracht is vrij ongebruikelijk in grondbehandelingstechnieken: de meeste systemen zijn gebaseerd op convectie (fysiek transport van een warmtedragend fluidum in de verontreinigde massa). Het belangrijkste voordeel van geleiding is dat dit ongevoelig is voor grondsoort: thermische conductie varieert bij voorbeeld een factor 2 a 3 tussen zand en klei, terwijl de doorlaatbaarheid van zand een factor 100.000 to 1.000.000 kan verschillen van klei.) Als gevolg van dit mechanisme van conductie, is de tijd benodigd om de gewenste temperatuur te bereiken goed voorspelbaar en kan garantie worden gegeven betreffende de reinigingsresultaten, aangezien deze onderhevig zijn aan dezelfde natuurkundige wetmatigheden van temperatuur, druk en verblijfstijd. |
||||||||||||
| 2.1.1.2. Verwarmingselementen | Top | |||||||||||
De verhitting zelf geschiedt door middel van een netwerk van verhittingspijpen.De pijpen zijn coaxiale roestvrijstalen buizen, waarin het hete gas circuleert. Deze gassen blijven binnen de buizen: ze komen binnen door de binnenste buis, gaan door deze geheel naar beneden en vervolgens door de ringvormige zone tussen binnenste en buitenste buis terug. Het is belangrijk vast te stellen dat de hete lucht die in het systeem circuleert nooit in contact komt met de grond. De hete lucht circuleert binnen de buizen en warmt deze op. Dan dragen de buizen, door geleiding, de warmte over op de grond. Daarom is heterogeniteit van de grond nauwelijks van invloed op de werking van het proces. De buitenste buizen zijn geperforeerd teneinde een negatieve druk op te wekken in de omliggende grond (venturi effect, veroorzaakt door de de snelheid van de gas-circulatie). Op deze manier worden de verontreinigde gassen aangezogen in de buziezen en vervolgens naar de verbrandingsunit vervoerd.
|
||||||||||||
| 2.1.1.3. Temperatuur van de grond | Top | |||||||||||
De temperatuur van de grond gaat geleidelijk omhoog van een initiele 10-12 °C naar de temperatuur die nodig is voor algehele desorptie van alle anwezige organische verontreinigingen. Deze temperatuur is afhankelijk van de soort verontreinigingen en van de verblijfstijd gedurende het project. Figuur 3 laat de typische ontwikkeling van de temperatuur zien in de tijd. Figuur 4 geeft de ontwikkeling van de temperatuur weer zoals deze in een project in Luik plaats vond, op diverse plekken en dieptes in de grond gemeten.
We kunnen duidelijk drie fasen onderscheiden :
In de eerste fase worden grond en vloeistoffen (water en verontreinigingen) verwarmd tot het kookpunt van water. De tijd die hiervoor benodigd is, is afhankelijk van de thermische eigenschappen van de grond en van de hoeveelheid water die aanwezig is. In de tweede fase blijft de temperatuur op 100°C tot de water-stoom interface de positie van het thermokoppel heeft bereikt. De snelheid waarmee deze interface beweegt is afhankelijk van de hoeveelheid water in de grond, het verwarmingsvermogen en de snelheid van de stoom die wordt onttrokken. Zodra al het water is vergast stijgt de temperatuur boven de 100°C. Door het stijgen van de grond-temperatuur vergassen de organische verontreinigingen en worden de gassen naar de openingen in de buitenste buizen getrokken, door het eerder genoemde venturi effect. Afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof die in de grond aanwezig is, vinden oxidatieve en/of pyrolytische reacties plaats. Een grote hoeveelheid van de organische verontreinigingen wordt derhalve al in-situ, voordat het netwerk van buizen bereikt is, vernietigd (zie volgende paragraaf). De resterende vuile gassen worden in het circuit vernietigd, met name in de naverbrander, waar de temperatuur boven de 850 °C kan zijn. Figuur 5 geeft de evolutie weer van de verzadiging met vloeistof (= water + verontreiniging) gedurende de behandeling. |
||||||||||||
|
||||||||||||
Dankzij de hoog-doorlaatbare zone (de droge zone rondom de buis) worden de gassen eenvoudig in de buizen geleid. Zelfs in zware kleigrond wordt doorlaatbaarheid voor lucht gecreeerd in dit proces... Figuur 6 geeft de typische temperatuursvelden van gas en grond aan op het einde van de behandeling. (gemaakt met CFD software Fluent®). |
||||||||||||
|
||||||||||||
| 2.1.1.4. Fysische en chemische mechanismen gedurende de opwarming van de grond | Top | |||||||||||
Wanner de grond wordt verhit, zullen de vluchtige en semi-vluchtige verbindingen (VOC’s en SVOC’s) in gasvorm overgaan en worden vernietigd door verscheidene mechanismen, waaronder: |
||||||||||||
|
||||||||||||
De verontreinigde componenten worden naar de verwarmingselementen getransporteerd. Gedurende hun gang door de grond kan de damp worden ontleed dankzij oxidatieve en/of pyrolytische reacties. Een substantieel deel van de verontreinigingen wordt vernietigd in de grond nog voordat de verwarmingselementen wordt bereikt. De reden daarvoor is dat deze verontreinigingen gedurende een lange tijd aan een relatief hoge temperatuur worden blootgesteld. Hoe dichter bij de buis, des te hoger is de temperatuur. Een paar dagen tot enkele weken volstaat om oxidatieve of pyrolytische reacties op te wekken op temperaturen tussen 300°C en 500°C. |
||||||||||||
| 2.1.1.5. Installatie van de verwarmingselementen | Top | |||||||||||
De verwarmingselementen worden geplaatst op een onderlinge afstand van 1 to 2,5 meter (standaard 1,5 meter). Voor de plaatsing worden diverse boortechnieken gebruikt, afhankelijk van de lokale omstandigheden en de diepte die bereikt moet worden. Figuur 7 laat een boor-eenheid zien voor ondiepe (< 6 meter) gaten. Dit werktuig werkt met een hamerhaai, die pneumatisch in de grond wordt ingebracht. |
||||||||||||
|
||||||||||||
| 2.1.1.6. Het netwerk ontwerp | Top | |||||||||||
Het netwerk van verwarmings buizen wordt aangebracht in de vorm van gelijkzijdige driehoeken, als getoond in figuur 8. Deze configuratie maakt een gelijkmatige verwarmings- en verwerkingstijd voor elk element mogelijk, en daarmee voor de gehele zone. |
||||||||||||
|
||||||||||||
2.2.1. De desorptie van de verontreinigingen |
Top | |||||||||||
De duur van de opwarming van de grond is afhankelijk van:
In figuur 3 wordt de relatie getoond tussen verwarmingstijd en de afstand tussen de verwarmingselementen, voor zandgrond met 12 % water en 1% TPH (Totaal Petroleum Koolwaterstoffen). Het verwarmingsvermogen is 2000W/ m buis. |
||||||||||||
|
||||||||||||
| 2.2.1.2. Toepassingen: verontreinigingen | Top | |||||||||||
|
Koolwaterstoffen zijn moleculen die voornamelijk bestaan uit Waterstof (H) en Koolstof (C). De temepratuur waarop vergassing plaatsvindt is bij Koolwaterstoffen doorgaans evenredig aan het aantal Koolstof atomen in de samenstelling. Als vuistregel kan gesteld worden dat hoe meer koolstof atomen aanwezig zijn (“zware koolwaterstoffen”), des te hoger zal het kookpunt zijn. Koolwaterstoffen in verontreinigde grond gedragen zich verschillend naar gelang hun moleculaire gewicht. Hoe hoger het moleculair gewicht, des te hoger zal de noodzakelijk te bereiken temperatuur zijn, en daarmee de verblijftijd, om tot volledige desorptie te komen van de koolwaterstoffen. Onder de koolwaterstoffen wordt veelal onderscheid gemaakt tussen alifatische, mono-aromatische (BTEX) en poly-aromatische (PAK) koolwaterstoffen. Alifatische koolwaterstoffen en BTEX worden veelal geassocieerd met olie-derivaten, terwijl PAK’s meer geassiocieerd zijn met kool derivaten. Vele andere soorten koolwaterstoffen kunnen ook aanwezig zijn (zie tabel hieronder). In alle gevallen zullen de koolwaterstoffen in een thermisch desorptie proces, dus ook met Thermopile©, verdampen en, in gasvorm, vervolgens in een verbrandingskamer worden geoxideerd to CO2 en H2O, waarbij energie wordt gegenereerd. In sommige gevallen kunnen koolwaterstoffen andere elementen bevatten, zoals zwavel of chlorines, die niet geoxideerd worden tot CO2 en H2O en een additionele gas behandeling behoeven (zie onder: secundaire gas behandeling), ten einde de emissie-standaarden voor het uitstoten van schone gassen in de atmosfeer te respecteren. Tabel 1 laat de verschillende kookpunten zien (bij atmosferische druk) van de meest voorkomende verontreinigingen in grond, die door middel van thermische desorptie worden aangepakt. |
||||||||||||
|
||||||||||||
| 2.2.1.2.2. Andere verontreinigingen | Top | |||||||||||
|
Net als bij klassieke thermische desorptie worden alle overige verontreinigingen door Thermopile© verwijderd, dat wil zeggen: elke verontreiniging met een kookpunt beneden ongeveer 550 °C. Hun gedrag kan echter gedurende het proces verschillend zijn, afhankelijk van het type verontreiniging. De zuiver organische verontreinigingen (alleen koolstof en waterstof) zullen niet alleen worden gedesorbeerd, maar ook volledig geoxideerd in de verbrandingskamer. Er zal geen andere uitstoot zijn in de atmosfeer dan CO2 en H2O. Voor gehalogeneerde koolwaterstoffen (gechloreerde oplosmiddelen, PCB’s, dioxines, furanen, pesticiden etc.) blijft het principe van desorptie gelijk van toepassing: zij zullen vergassen (kookpunten zijn ruim beneden 550 °C). Eenmaal geoxideerd, blijven de halogenen echter in gasvorm aanwezig en daarom is een secundaire behandeling noodzakelijk, voordat uitstoot plaats vindt. (zie hieronder). Er zijn ook behandelbare anorganische stoffen, zoals cyanides en kwik, maar hun gedrag is erg specifiek. Cyanides absorberen gemakkelijk en worden geoxideerd tot CO2 en Nox, waarmee een specifieke secundaire behandeling van het gas noodzakelijk is. Met kwik verontreinigd materiaal behoeft speciale aandacht en een specifieke unit. Kwik zal desorberen (vrijwel alle vormen van kwik hebben kookpunten beneden 550 °C) en het gas kan worden afgevangen. Echter, kwik kan niet worden geoxideerd en daarom is een specifiek systeem voor deze verontreiniging ontworpen. |
||||||||||||
2.1.3. De migratie van verontreinigde gassen in de grond |
Top | |||||||||||
|
Zodra de verontreinigingen zijn overgegaan in gas vorm, migreren ze naar de verwarmingsbuizen. Dit geschiedt doordat een negatieve druk wordt opgewekt door de hoge snelheid waarmee de gassen in het buizenstelsel circuleren (venturi effect). De vuile gassen volgen voorkeurskanalen in de grond, die naar de buizen leiden. Deze voorkeurspaden worden gevormd, zelfs in zware klei, door het drogen van de grond, hetgeen scheuren veroorzaakt. Mede hierdoor wordt de doorlaatbaarheid van de grond voor de gassen bevorderd. Bovendien veroorzaakt de verdamping van water en vervuiling lokaal een hoge druk gebied, dat de beweging van de dampen richting lagere druk gebieden, de buizen, stimuleert. |
||||||||||||
2.1.4. Het afkoelen van de grond |
Top | |||||||||||
Nadat de grond maximaal tot 400 °C is opgewarmd op de koudste punten en totale desorptie van de verontreinigingen heeft plaats gevonden, wordt de grond gekoeld met frisse lucht, en later met water. Lucht op een temperatuur van 30 °C (maximum temperatuur van frisse lucht) wordt met behulp van de ventilator van de naverbrander in het buizen netwerk gecirculeerd. Vooraf wordt een simulatiemodel opgesteld ten einde de luchtstroom die nodig is voor snel koelen (een paar dagen) vast te kunnen stellen. Deze calculatie wordt met behulp van CFD software gedaan (Fluent®). |
||||||||||||
| Grid: | ||||||||||||
System: Air, tube and soil around (D=1.5m). |
||||||||||||
|
||||||||||||
Operating conditions: |
||||||||||||
U air=25m/s at 30°C |
||||||||||||
|
||||||||||||
As Figure 11 shows soil temperature drops below 145°C after 20 days (Uair = 25m/s at 30°C), Figure 12 indicates air temperature in the outlet tube over time. |
||||||||||||
|
||||||||||||
The following figure gives the soil temperature profiles at various times. |
||||||||||||
|
||||||||||||
2.2. Het reinigen van de vuile gassen |
Top | |||||||||||
2.2.1. Primaire gas reiniging |
Top | |||||||||||
De primaire gas reiniging bestaat eruit dat alle organische, gedesorbeerde componenten worden geoxideerd, voor zover ze dat niet al waren in-situ (in de grond) of in het buizenstelsel. In de verbrandingskamer worden de koolwaterstoffen uit de gassen omgezet in CO2 en H2O. Echter, voordat de gassen de verbrandingskamer bereiken, hebben reeds andere reacties plaats gevonden, zoals hydrolyse en pyrolyse. Deze reacties kunnen als volgt worden samengevat: |
||||||||||||
![]() |
||||||||||||
De volledige oxidatie van de gassen vindt uiteindelijk plaats inde verbrandingskamer. Ten einde 100% efficiency in afbraak te verkrijgen moet rekening worden gehouden met de volgende parameters : |
||||||||||||
|
||||||||||||
| Deze parameters zijn aan elkaar gerelateerd volgens de Kinetische Wet van Arrhenius: | ||||||||||||
|
C/Co : Residuele concentratie |
||||||||||||
Verblijftijd en temperatuur zijn derhalve afhankelijk van het type verontreiniging. De installatie en het project zijn altijd gebaseerd op de zwaarste verontreiniging, die aanwezig is. Turbulentie wordt gecreeerd door het specifieke ontwerp van de oxidiser. |
||||||||||||
| 2.2.1.1. Belangrijke parameters en controle | Top | |||||||||||
De belangrijkste parameters voor de primaire gasbehandeling zijn: temperatuur, verblijftijd en concentratie van zuurstof. Volledige controle van de verbranding wordt bewaakt door een CO2 monitoring, waarin aangegeven wordt dat volledige oxidatie van alle organische componenten heeft plaats gevonden. Ofwel: een succesvolle afsluiting van de primaire behandelingsfase. |
||||||||||||
2.2.2. Secundaire gas behandeling |
Top | |||||||||||
Afhankelijk van het type verontreiniging dat behandeld wordt kan het nodig zijn een secundaire verwerking uit te voeren. Dit is het geval wanneer elementen als S, Cl, Br, Hg of NOx aanwezig zijn in de grond en/of in de behandelde gassen uit de verbrandingskamer. Indien deze elementen de maximum concentraties die toegestaan zijn voor emissie in de atmosfeer overschrijden, zal een nadere behandeling van de gezuiverde gassen nodig zijn. Het is belangrijk vast te stellen dat deze secundaire behandeling alleen van toepassing is op de gezuiverde gassen die de schoorsteen verlaten, en niet op de gassen die circuleren in het semi-gesloten netwerk. De orde van grootte van de gas stroom voor de secundaire behandeling varieert van 300 tot 1.500 Nm3/uur, check afhankelijk van het type Thermopile© installatie. Dit zijn erg lage stromings waarden. De secundaire gasbehandeling units zijn er van verscheidene soorten. De keuze is afhankelijk van de verontreinigingen die aangepakt moeten worden. In alle gevallen zijn het erkende en bewezen technologieen, die toegepast worden in behandelingssystemen voor stofvrije gassen op relatief hoge temperaturen met lage stromings waarden. Actief kool filters, katalytische oxidatie, zuur gas scrubbing en condensatie zijn het meest gebruikelijk bij dit soort behandelingen. |
||||||||||||
3. IMPLEMENTATIE |
Top | |||||||||||
3.1. Introductie |
Top | |||||||||||
Een grondreinigings project kan op verschillende wijzen worden uitgevoerd. Doorgaans wordt het volgende onderscheid gemaakt: off site, on- site, ex-situ etc. Voor alle duidelijkheid geven we hier onze definities: In situ: zonder afgraving van de grond |
||||||||||||
3.2. Thermopile© in-situ |
Top | |||||||||||
De Thermopile© in-situ technologie gebruikt verticale verwarmingsbuizen die direct in de grond worden ingebracht. Via horizontale buizen wordt dit netwerk verbonden met de verbrandingsunit. (Zie figuur 14). De verbrandingsunit wordt zo dichtbij mogelijk geplaatst, op vlakke ondergrond. De in-situ configuratie kan worden toegepast op open terrein, maar ook onder bestaande gebouwen. Hierin is Thermopile© uniek: zonder afgraving, met zeer geringe overlast, kan in korte tijd een milieuprobleem gegarandeerd ongedaan worden gemaakt..! |
||||||||||||
|
||||||||||||
3.3. Thermopile© ex-situ (on site of off site) |
Top | |||||||||||
Thermopile© kan ook worden toegepast op afgegraven grond. In die configuratie wordt de grond die behandeld moet worden in een daartoe gevormd bassin gestort. Vervolgens is de werkwijze gelijk aan de in-situ operatie. |
||||||||||||
|
||||||||||||
|
||||||||||||
4.4. Hoeveelheden grond per batch |
||||||||||||
De hoeveelheid grond die in 1 batch verwerkt kan worden is afhankelijk van het type Thermopile© installatie dat gebruikt wordt. Feitelijk is de grootte van de verbrandingskamer bepalend voor dit volume. |
||||||||||||
5. CONTROLES |
Top | |||||||||||
5.1. Proces controles |
Top | |||||||||||
De belangrijkste parameter die gedurende het Thermopile© proces voortdurend wordt gemeten is temperatuur. Zowel in de gas-stroom (hete en ‘koude’ gassen) als in de grond wordt de temperatuur gemeten. Tevens worden voortdurend de druk en andere parameters gemeten. In figuur 20 worden de klassieke proces-controle metingen getoond als mede de posities voor testen. In de grond wordt door middel van thermokoppels, die op de ‘koudste’ punten (het midden van de gelijkzijdige driehoek die door drie buizen wordt gevormd) en op verschillende dieptes worden ingebracht. Op basis van deze parameter wordt tevens vastgesteld of de behandeling voltooid is. Figuur 21 toont de posities van de thermokoppels. Remote control. Het proces kan op afstand worden gecontroleerd met een lap-top of PC, waar ook geplaatst. Een SMS wordt automatisch verstuurd als er ergens een verstoring in het proces is. Derhalve is gedurende het verwarmingsproces aanwezigheid van mensen op de site niet vereist. |
||||||||||||
|
||||||||||||
|
||||||||||||
5.2. Gas analyses – emissies in de atmosfeer |
Top | |||||||||||
De uitgestoten gassen, die in de atmosfeer komen, worden voortdurend geanalyseerd. De analyse appartuur is onderdeel van de Thermopile© installatie en kan de concentraties van de volgende gassen meten: O2, CO2, H2O, NO, NO2, SO2. |
||||||||||||
6. BESCHIKBARE INSTALLATIES / CONFIGURATIES |
Top | |||||||||||
6.1. T-LAB |
||||||||||||
|
||||||||||||
6.2. T-1 |
Top | |||||||||||
|
||||||||||||
6.3. T-2 |
Top | |||||||||||
|
||||||||||||
|
||||||||||||
|
||||||||||||
T2 - Oxidizer Main ID fan Working curve: See Figure 26 |
||||||||||||
|
||||||||||||






























